Waarom maken bedrijven als Apple, Microsoft en Google hun eigen programmeertalen?

Waarom maken bedrijven als Apple, Microsoft en Google hun eigen programmeertalen?

Wie een beetje thuis is in de wereld van het programmeren, zal ongetwijfeld weten dat een aantal van de meest populaire en meest gebruikte programmeertalen zijn gemaakt door grote technologiereuzen die vooral bekend staan om andere producten.

Zo stond Microsoft aan de wieg van talen als Visual Basic en C#, is Google de bedenker van Go en kwam Apple ongeveer een jaar geleden met Swift. Waarom werken deze bedrijven aan eigen programmeertalen? Willen ze er extra geld mee verdienen of is het vooral bedoeld om eigen platforms te pushen?

Eenvoud staat voorop

Een belangrijke reden voor het ontstaan van nieuwe programmeertalen in zijn algemeenheid is de drang naar eenvoud. Doordat systemen steeds groter en complexer worden, komt men soms tot de ontdekking dat het ontwikkelen van software met de huidige talen en ontwikkelomgevingen te complex wordt. Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat programmeurs door de jaren heen steeds beter zijn gaan programmeren en zij hebben daarbij ook nieuwe technieken aangeleerd. In sommige gevallen heeft dit ook geleid tot het ontstaan van nieuwe talen waarbij bepaalde elementen sterk zijn vereenvoudigd. Een voorbeeld is object georiënteerd programmeren, 30 jaar geleden werd het zelden gebruikt, vandaag de dag is het de standaard en veel moderne talen ondersteunen het.

In de meeste gevallen worden programmeertalen ontwikkeld door een team van enthousiaste programmeurs die de passie hebben om een nieuwe taal te ontwikkelen die andere programmeurs kan ontlasten en ervoor zorgt dat het eenvoudiger wordt om applicaties te ontwikkelen. Daarnaast sluiten talen die door een bedrijf als Microsoft, Google of Apple worden ontwikkeld natuurlijk ook naadloos aan bij de ontwikkelingen voor het eigen platform. Zo is C# ontwikkeld op basis van het Windows .NET framework, is Swift een modernere en eenvoudigere voortborduring op het inmiddels 30 jaar oude Objective C en is Go specifiek ontwikkeld om het werk van systeemprogrammeurs in datacenters eenvoudiger te maken. Doordat applicaties eenvoudiger te maken zijn en nieuwe talen vaak leiden tot snellere en beter presterende applicaties, hopen de bedrijven ook dat hun eigen producten aantrekkelijker worden voor de consument dankzij de software die ontwikkeld wordt door derden. De ontwikkeling van nieuwe talen wordt dus niet geheel vanuit een filantropisch motief gedaan.

Acceptatie

Het is voor bedrijven die hun eigen taal ontwikkelen dan ook vrij belangrijk om te zien of de taal onder programmeurs geaccepteerd wordt of niet. Programmeurs kunnen vrij kieskeurig zijn en aanhangers van een bepaalde programmeertaal kunnen de taal waarin ze programmeren soms als een soort van religie verdedigen. Over het algemeen worden de nieuwe programmeertalen door de programmeurs die voor het platform ontwikkelen echter goed ontvangen, vooral doordat de talen doorgaans daadwerkelijk voordelen bieden.

Dit valt ook terug te zien in de cijfers van het gebruik van de talen. Zo heeft Swift van Apple al binnen één jaar een plaats in de top 20 weten te bemachtigen en hoewel de nieuwe taal Objective C nog niet heeft weten in te halen, lijkt dat met zo’n goed begin slechts een kwestie van tijd. Microsoft doet het met de wat oudere C# ook prima, de taal is erg populair en staat al tijden in de globale top 5. Tot slot lijkt Go van Google op het eerste gezicht wat minder populair, maar schijn bedriegt. Er zijn immers minder mensen die software voor grote serverclusters en datacenters ontwikkelen en de taal wordt daardoor uiteraard minder gebruikt. Een notering in de GitHub top 20 is dan ook absoluut geen verkeerd resultaat.